Follow The Money Review

By Stefan Vermeulen

Read original article

Follow the Money

Corruptie Bij Elke Grote Wapendeal

Andrew Feinstein, voormalig parlementslid namens het ANC in Zuid-Afrika, deed ruim tien jaar lang onderzoek in de wereld van de internationale wapenhandel. Follow The Money sprak met hem.

Handelaren des Doods heet het boek dat Feinstein schreef naar aanleiding van zijn langdurige onderzoek, en dat deze week uitkomt. (Engelse titel: The Shadow World, Inside Global Arms Trade.) Het boek geeft een zeer onthullende inkijk in de wereld van de grote wapendeals. In 2010 werd wereldwijd 1,6 biljoen dollar aan wapens uitgegeven, 40 procent van de wereldwijde corruptie komt voor rekening van de wapenhandel.

Bloedige conflicten, zoals de oorlogen op de Balkan en – meer recent – in Libië zijn uiteindelijk terug te voeren op grote Westerse bedrijven, die vaak via schimmige tussenhandelaren de wapens leverden. In veel gevallen aan meerdere strijdende partijen.

Met een lange lijst voorbeelden toont Feinstein de intieme relaties aan tussen regeringen, producenten en tussenhandelaren. Zo was de zoon van Margaret Thatcher volgens Feinstein ooit betrokken bij het op grote schaal leveren van Britse wapens aan Saoedi-Arabië en werkte de inmiddels veroordeelde handelaar Viktor Bout tussen 2003 en 2005 nog doodleuk voor de Amerikaanse overheid, terwijl er toen al een internationaal arrestatiebevel liep tegen de Rus.

Feinstein begon zijn onderzoek nadat hij als parlementslid ontdekte dat zijn partij, het ANC, een onderzoek naar corruptie bij een grote wapendeal in Zuid-Afrika tegenhield. Eind jaren negentig had de ANC-geleide regering een grote deal gesloten met de Zweedse vliegtuigbouwer Saab, terwijl andere partijen goedkoper leken te kunnen leveren. Tijdens een ontmoeting in het Amsterdamse hotel Ambassade vertelt Feinstein zijn verhaal.

Wanneer dacht u voor het eerst: dit moet ik onderzoeken?

Feinstein: “Eind jaren negentig ontving ik als parlementslid een rapport waarin de mogelijke bewijzen van corruptie bij die wapendeal uiteengezet werden. Ik wist meteen: dit is een gigantisch issue, dat allerlei politieke consequenties moet krijgen. Maar toen ik de zaak daarna wilde uitpluizen, werd ik door mijn eigen partij onder druk gezet om het onderzoek te stoppen, tot de toenmalige president (Thabo Mbeki, red.) aan toe. Dat was kort na het kerstreces van 2000. Toen realiseerde ik mij dat als ik hiermee door zou gaan, dat het einde van mijn politieke carrière zou betekenen. Ik ben toen vast begonnen met het kopiëren van allerlei belangrijke documenten, want ik accepteerde mijn lot. In augustus 2001 verliet ik het parlement, kort voordat de partij mij er zelf uit kon gooien.”

Uw boek heet The Shadow World. Wat bedoelt u daarmee?

“Het is een wereld waar je heel moeilijk doorheen kijkt, omdat alles gebeurt onder een deken van geheimhouding. Zogenaamd vanwege de nationale veiligheid. De wapenhandel is ook jarenlang nauwelijks een politiek issue geweest. Ik geloof dat veel wapenbedrijven en zelfs illegale wapenhandelaren beschermd werden door hun eigen overheid. Om die wereld als buitenstaander te penetreren is heel moeilijk. De reden dat het mij wel gelukt is, is dat ik als parlementariër al betrokken was bij deze onderzoeken. Ik had de documenten – er zitten tussen de 2500 en 3000 voetnoten in het boek. Veel bronnen kwamen ook naar mij toe, mensen die in de wapenhandel werkten bijvoorbeeld.”

Maar wat maakt die handel dan zo schimmig?

“Dat komt door de manier waarop de sector gestructureerd is. Het is onvermijdelijk. Er zijn geen duizenden transacties, het gaat om een paar grote deals per jaar, die tientallen miljarden dollars waard zijn. Dus bedrijven zijn wanhopig die deals binnen te slepen. En er is een zeer klein aantal mensen dat de politieke beslissingen neemt. Een half dozijn mensen beslist vaak over miljarden dollars. Voor producenten is het dus aanlokkelijk om die beslissers veel geld te betalen om een deal binnen te slepen. En daar komt die verplichte geheimhouding nog bij. Dat is een vruchtbare bodem voor corruptie. Bovendien zijn de meeste wapenbedrijven zeer close met hun overheid, het is een kleine gesloten club die de kennis onder elkaar houdt. Als juridische consequenties dreigen, wordt men beschermd. En veel van de tussenhandelaren worden door overheden gezien als belangrijke bron van informatie, kijk maar naar het geval Viktor Bout.”

Veel mensen willen toch dat hun overheid ze met de aankoop van wapens beschermt? Ik denk bijvoorbeeld dat veel Amerikanen de afgelopen tien jaar geloofden dat ze er veiliger door werden.

“Inderdaad. Maar wat ik probeer te laten zien, is dat precies de veiligheid die overheden wereldwijd zeggen te vergroten, juist wordt ondermijnd. Ze kopen heel vaak wapens die voor het betreffende conflict niet geschikt zijn, deals gaan miljoenen dollars over het budget en het duurt vaak tientallen jaren voordat de bestelde wapens daadwerkelijk geleverd worden.”

Zijn alle grote deals corrupt?

“Ik heb er nu elf jaar onderzoek naar gedaan. En ik moet de eerste deal nog tegenkomen waarbij geen vorm van illegaliteit voorkomt. Corruptie, omkoping, ondermijning van het officiële inkoopproces, overtreding van overheidsregels – ik heb nog niet één transactie gezien waarmee niets mis was. Bij de Zuid-Afrikaanse deal zorgde de minister van Defensie er onder de tafel voor dat Saab en het Britse BAE Systems het contract kregen. Kort daarop werd diezelfde minister directeur bij een bedrijf dat een groot contract bij BAE binnensleepte, waarmee hij in één klap 30 miljoen rand verdiende. Ik ben meer van dat soort vormen van corruptie tegengekomen.”

Bent u geschrokken van wat u tegenkwam?

“Door mijn ervaringen in Zuid-Afrika wist ik hoe ernstig de situatie was. Dus ik was niet verrast door het niveau van de corruptie en ik was ook niet verrast hoe misleidend sommige mensen waren. Maar wat me wel heel erg verraste: de manier waarop de formele, door overheden geleide, handel samenviel met de wereld van de illegaliteit. Ik realiseerde me eerder niet dat ze zo enorm verweven waren.”

Ik kan me voorstellen dat veel mensen niet blij waren met uw onderzoek.

“Nee. Ik toerde hiervoor door de Verenigde Staten om mijn boek te promoten, en in de Midwest begonnen enkele interviewers van kleine rechtse radiostations het gesprek met de boodschap: ‘Mijn lezers haten wat je geschreven hebt. En ik ook’. Maar verder ontving ik niet veel negatieve reacties. Mensen waren in het algemeen verbaasd en geschokt door de cijfers.”

En tijdens uw research?

“De meeste mensen die ik benaderde wilden niet praten, maar er waren er genoeg die dat wel wilden. Klokkenluiders binnen wapenbedrijven, handelaren. De meesten off the record. Ook een paar van de grootste handelaren werkten mee. Ze rechtvaardigen vrijwel altijd hun bezigheden op een bijna sociopathische manier: alsof ze geen besef hebben van de impact van hun handel.”

“Neem de van oorsprong Libanese wapenhandelaar Joe der Hovsepian, een man van in de zeventig die ik ontmoette in Beiroet. Jarenlang een zeer grote speler in de markt. Hij denkt echt dat hij de wereld veel goeds gebracht heeft. Hij zei: ‘Ik heb de krachtelozen bewapend om vrede in hun land te brengen’. Dat is nonsens natuurlijk, maar het zegt veel. Ze rechtvaardigen wat ze doen, want hoe kunnen ze anders met zichzelf leven? Uiteindelijk verkopen ze aan iedereen die genoeg betaalt.”

Bent u cynisch geworden?

“Ik weet niet of cynisch het juiste woord is. Ik ben wel boos geworden op de staat van de wereldpolitiek. De wapenhandel laat de slechtste aspecten zien van de interactie tussen zakenleven en politiek. Toen ik de eerste versie van mijn boek af had en in mijn kantoor ‘s avonds laat het concept zat te lezen, werd ik weer boos. Maar het motiveert me ook. Mensen zeggen dat je er niets tegen kan doen… Maar ik denk dat dat wel kan. Door te laten zien wat er gebeurt, hoeveel miljarden wereldwijd in de wapenhandel verdwijnen en wat daarvan de bloedige consequenties zijn.”